Honderd jaar Lindenbaum/Cohen

      Comments Off on Honderd jaar Lindenbaum/Cohen

Op 31 januari 1919 wees de Hoge Raad een revolutionair arrest: Lindenbaum/Cohen. Ter ere van dit 100-jarig jubileum zijn hieronder een aantal bronnen verzameld over een van de bekendste vonnissen in de Nederlandse rechtspraak.

Casus
Lindenbaum en Cohen hadden ieder een drukkerij in Amsterdam. Cohen haalde een bediende van Lindenbaum over om hem de door Lindenbaum uitgebrachte offertes te geven, zodat Cohen onder deze prijs kon gaan zitten. Toen Lindenbaum achter deze bedrijfsspionage kwam, eiste hij een schadevergoeding van Cohen op grond van onrechtmatige daad.

Tot dan toe werden daden alleen als ‘onrechtmatig’ aangemerkt als deze in strijd waren met een rechtsplicht van de dader of inbreuk maakten op een recht van een ander. Kortom, als een daad onwetmatig was. Dat was in het geval van Cohen niet aan de orde.

De Hoge Raad verruimde echter de definitie van ‘onrechtmatige daad’:

(…) onder onrechtmatige daad is te verstaan een handelen of nalaten, dat òf inbreuk maakt op eens anders recht, òf in strijd is met des daders rechtsplicht òf indruischt, hetzij tegen de goede zeden, hetzij tegen de zorgvuldigheid, welke in het maatschappelijke verkeer betaamt ten aanzien van eens anders persoon of goed, terwijl hij door wiens schuld tengevolge dier daad aan een ander schade wordt toegebracht, tot vergoeding daarvan is verplicht.

Ter gelegenheid van het jubileum is Lindenbaum/Cohen vanaf nu voor iedereen beschikbaar op Rechtspraak.nl. Het is het eerste arrest in het kader van een project om ruim 500 belangrijke oude arresten te publiceren.

Oorspronkelijk werd de uitspraak gepubliceerd in de Nederlandse Jurisprudentie: NJ 1919, p. 161. De noot bij het arrest werd geschreven door Molengraaff, die al jaren pleitte voor een ruimere toepassing van de onrechtmatige daad. Hij besloot zijn annotatie met de woorden:

Er is door ons hoogste rechtscollege zelden een arrest gewezen, waarvan zoo heilzame invloed op ons rechtsleven mag worden verwacht.

Invloed op wetgeving
Bij de invoering van het nieuw BW werd de uitleg van de Hoge Raad gecodificeerd in artikel 6:162 BW: ook een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt is op grond van dit artikel onrechtmatig.

Voor de bescherming van bedrijfsgeheimen is men na 100 jaar echter niet meer aangewezen op de onrechtmatige daad. Op 23 oktober 2018 trad namelijk de Wet bescherming bedrijfsgeheimen in werking. De parlementaire geschiedenis van deze wet is te vinden in het dossier op Overheid.nl.

Literatuur
Over het arrest Lindenbaum/Cohen is in de loop der jaren veel geschreven. Een kleine selectie:

  • In Ars Aequi besprak prof. mr. G.E. van Maanen het Lindenbaum/Cohen-arrest in het kader van de serie Canon van het recht (AA 2009/11, p. 778-780).
  • Trema-redacteur Martijn Harms ging voor de rubriek ‘De vindplaats’ terug naar de plaats van handeling: de drukkerij van Lindenbaum (Trema 2007/8, p. 336-338).
  • P.C. van Es beschrijft in WPNR hoe het arrest het karakter van het oude art. 1401 BW (en zijn opvolger art. 6:162 BW) heeft veranderd en tot dogmatische verwarring heeft geleid (WPNR 2019/7223).
  • In ‘Van Lindenbaum/Cohen naar A/B?’ heeft advocaat Willem van Tongeren een andere invalshoek: hij gaat in op de Anonimiseringsrichtlijnen voor rechterlijke uitspraken. Hadden deze richtlijnen ook in 1919 gegolden, dan hadden we het nu mogelijk niet over Lindenbaum/Cohen, maar over A/B (NJB 2019/161).

Mini-opera
Op 31 januari 2019 beleeft de mini-opera ‘NJ 1919, p. 161’ zijn première in de Grote Zittingszaal van de Hoge Raad. De muziek is gecomponeerd door president Maarten Feteris; vice-president Ernst Numann schreef het libretto. Lees meer over de totstandkoming van deze productie in de reportage in de Volkskrant.